Asynchrone les 1.2 Verkenning van de muzische bouwstenen.
Bouwstenen muzische talen:
een rijke bewegingstaal
benoem elementen waarmee hij doorheen de dans speelt.
Individueel :
- ruimte : richtingen, ruimtelagen,patronen, plaats, grote en kleine bewegingen
- tijd: tempo, maat en ritme, duur, volgorde/frasering
- kracht: spierspanning, gewicht, energie
Relatie:
- contrast in tijd/ kracht/ ruimte
- synchroon bewegen
- inspelen op elkaar
Definitie bouwstenen:
basiselementen vormgeving
ideeën/ boodschap vorm geven
geen technische vaardigheden
de grammatica van de kunst
Belang van bouwstenen:
Waarom bouwstenen?
4 redenen waarom muzische bouwstenen belangrijk zijn:
1. diepgang brengen
2. beschouwen
3. centraal in een les
4. creëren
Hoe meer je deze bouwstenen inzet, hoe rijker de kunsttaal zal zijn waarmee je spreekt.
Bouwstenen domein beeld :
kleur/ vorm/ textuur/ licht/ ruimte/ compositie/ lijn
Bouwstenen domein muziek:
Tijd : metrum, ritem,tempo, articulatie
Klank: melodie,dynamiek, samenklank, timbre
Vorm
Bouwstenen domein dans:
Lichaam: danselementen : bewegingsaanzet en lokalisatie, vorm en grootte
Ruimte: plaats, richtingen, ruimtelagen, patronen
Tijd: tempo, maat en ritme, duur, fasering/ volgorde
Kracht: energie, spierspanning, gewicht/evenwicht
Relatie: contrast, communicatie, synchroon bewegen
Werkvormen domein dans:
1. dans ontwerpen: danspartituur, bewegingsreeks, dansimprovisatie
2. creatieve dans: dansexpressie, dansverhaal
3. dansspel
4. dans beschouwen
5. gestructureerde dans: dansstijlen, kinderdans
Opdracht:
gekozen fragment tot en met 1:30
De voornaamste bouwstenen die ik binnen dit domein dans waarneem :
1. RUIMTE: het duo beweegt hoog en laag en ook op verschillende bewegingsniveaus ertussen. ( ruimtelagen) De andere dansers bewegen laag bij de grond. Het duo danst in verschillende richtingen ( voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts). De andere dansers liggen in een cirkel en maken als bewegingen patronen op de vloer. ( patronen) . Het duo blijft in het midden dansen en dus in hun eigen vlak. Ze bewegen/dansen in het midden. De andere dansers blijven ook in hun eigen vlak ( cirkel) maar op 1:10 bewegen 4 dansers uit de cirkel naar het midden toe ( plaats).
2. TIJD: de ene beweging is kort, krachtig en vrij plots. Andere bewegingen zijn langer en worden ook langer aangehouden. ( duur)
3. KRACHT: Je ziet ook variatie in de spierspanning. Er zijn bewegingen te zien waarbij de dansrers als een pop inéén duiken. Maar je ziet ook bewegingen die meer gestrekt zijn en meer spanning vragen van de spieren.
4. Relatie: Er is een contrast te zien bij de dansers in ruimte . In de kring bewegen de dansers ter plaatse terwijl het duo in het midden meer ruimte gebruikt. Er is ook duidelijk een spel van aantrekken en afstoten te zien bij het duo . ( inspelen op elkaar)
Reacties
Een reactie posten