Samenvatting hoofdstuk 5: Het concept van een muzische activiteit. (HB Zeppelin)

1. vier onderdelen van een concept.

Concept = basisidee van je muzische activiteit. 

Het is een antwoord op vier vragen

1. Waarrond werken we? Wat is het onderwerp van de les?

 2. Waarmee werken we? Welke werkvorm of techniek hanteer je? 

3. Waaraan werken we? Wat is het doel (binnen het gekozen domein)? 

4. Aanvullend stel je de vraag: welk aspect van de muzisch grondhouding wil ik centraal zetten? Breng je die vier elementen bij elkaar, dan heb je een basisidee voor je les.



 

  Blauw: onderwerp (waarrond ga je werken)  - werken rond 

 Geel: werkvorm of techniek die je gaat gebruiken in je les - werken met 

 Rood: domeindoel of bouwsteen (doelen die zijn gekoppeld aan het domein) - werken aan 

 Grijsblauw: het algemeen doel (één of meerdere aspecten van de muzische grondhouding)


1.1. concept van een beeldactiviteit.

ONDERWERP – WERKEN ROND: 

 Wonen, bomen en takken, uilen, insecten 

 Taartjes, voertuigen, schoenen 

 In de sneeuw, postzegels, dali


WERKVORM (OF TECHNIEK) – WERKEN MET:

 Vlakke technieken : Tekenen, kleuren, schilderen, collage en druktechnieken 

 Ruimtelijke technieken: Boetseren, ruimtelijk werken met papier en karton 

                                            Assemblage of constructie, ruimtelijk werken met steen 

 Textiele werkvormen 

 Beeldspel 

 Beeldschouwen


DOMEINDOEL (OF BOUWSTEEN) – WERKEN AAN :

 Vorm: o Vormsoorten, contour of omtreklijn, patroon 

                o Silhouet, restvorm of tussenruimte, vormen stileren 

 Kleur: o Kleurtonen of tinten, kleurverzadiging, kleurenharmonie 

                o Psychologische eigenschappen, symbolische eigenschappen 

 Licht: o Lichtbronnen, soorten licht 

               o Lichtrichting, schaduw, sfeer 

 Lijn: o Lijnsoorten, lijnstructuur 

 Ruimte: o Ruimtesuggestie en werken in de ruimte 

 Textuur 

 Compositie


ALGEMEEN DOEL: 

Bijvoorbeeld: bereid zijn te experimenteren.


1.2. concept van een muziekactiviteit.

ONDERWERP – WERKEN ROND: 

 kranten, landschappen, de Rattenvanger van Hamelen, te Kap'ren varen, snaren, op reis

 dieren, tekenfilm, auto's, allerlei plaatsen


WERKVORM (OF TECHNIEK) – WERKEN MET:

 Vocale of instrumentale muziek maken: zingen, stemvorming, bespelen van muziekinstrumenten, meerstemming muscieren, partituren uitvoeren

 Muziek ontwerpen: experimenteren met de stem, instrumenten, materialen

                                     geluidsdecor

                                     improviseren

                                    muziekstuk ontwerpen ( componeren)

                                    grafische partituren 

 Muziek beschouwen: muziek besluisteren, muziekstijlen

 Muziekspel 

 Bewegen op muziek


DOMEINDOEL (OF BOUWSTEEN) – WERKEN AAN :

 Tijd: o metrum of cadans 

             o ritme, tempo, articulatie

 Klank: o melodie 

                o samenklank 

                o dynamiek

               o timbre 

 Vorm: o vormprincipes

               o compositievormen


ALGEMEEN DOEL: 

Bijvoorbeeld: genieten van het muzisch werken


1.3. concept van een drama - activiteit.

ONDERWERP – WERKEN ROND: 

 slapen gaan, Harry Potter, breoepen, knuffels, opa en oma

 hoedjes, Pinokkio, op de Noordpool, de zoo


WERKVORM (OF TECHNIEK) – WERKEN MET:

 poppenspel

 schimmenspel

 standbeeldentheater

 drama 

 improvisatie

 (vertel) pantomime

 afspreekspel

 werken met teksten

 maskerspel 

 rollenspel

 rollenspel

 clownerie

 leerkracht in rol

 theater beschouwen


DOMEINDOEL (OF BOUWSTEEN) – WERKEN AAN :

 Rol: o inleving

            o transformatie

           o rolvastheid

           o aandacht geven

           o interactie

           o oogcontact

           o présence

           o focus 

  scèneverloop: o fantaseren

                            o mimisch uitbeelden

                            o timing

                            o spelinhoud verzinnen 

                            o generositeit

                            o acceptatie

                            o scenario - opbouw

                            o spanning en sfeer

 ruimte o ruimtebewustzijn en ruimte suggestie

                o koor

                o ruimteverdeling

                o open spelen

                o mise- en - scène


ALGEMEEN DOEL: 

Bijvoorbeeld: technische vaardigheden beheren


1.4. concept van een dansactiviteit.

ONDERWERP – WERKEN ROND: 

 sporten, graffiti, spoken en griezels, poppen

 magneten, poetsen, Ensor, elastieken ,stoelen, vliegen


WERKVORM (OF TECHNIEK) – WERKEN MET:

 dansexpressie

 bewegingsreeks

 kinderdans

 dansspel 

 dansimprovisatie

 danspartituur

 dansverhaal

 dansstijlen

 dans beschouwen


DOMEINDOEL (OF BOUWSTEEN) – WERKEN AAN :

 Ruimte: o ruimtelagen

                  o richtingen

                  o patronen

                  o grote / vorm

                  o plaats 

  tijd: o tempo

             o maat en ritme

             o duur

             o frasering

 kracht o spierspanning

                o gewicht

                o energie

 relatie  o contrast in t /k/ r

                o inspelen op elkaar

                o synchroon bewegen


ALGEMEEN DOEL: 

Bijvoorbeeld: kennis maken met de danswereld


1.5. concept van een wooractiviteit.

ONDERWERP – WERKEN ROND: 

 sprookjes, de zee, huizen, fluistergesprekken

 gekke gewoontes, het ontbijt, gekke wezenns, strips, prinsen en prinsessen, dierenverhalen


WERKVORM (OF TECHNIEK) – WERKEN MET:

 vertellen

 luisterspel

 verhalen schrijven

 taaldrukken

 poëzie schrijven

 taalspel

 klankspel

 nonsenstaal

 woordbeschouwen


DOMEINDOEL (OF BOUWSTEEN) – WERKEN AAN :

 muzikaliteit: o ritme en tempo

                         o klankgebruik

                         o klankbeweging 

 emotionaliteit en waarneming

 verdichting

 taalverschuiving

 woordbeeld


ALGEMEEN DOEL: 

Bijvoorbeeld: gericht zijn op een sprekende omgeving 


1.6. concept van een media - activiteit.

ONDERWERP – WERKEN ROND: 

 filmsterren, trucage, namen, de soap, Ben Heine

 monsters, de appel, beer op reis, de Studio, machines

WERKVORM (OF TECHNIEK) – WERKEN MET:

 stop motion

 beeld en geluid monteren

 fotografie

 filmen met de camera

 subjectieve camera

 audio - opnames maken

 geluid en beeld

 bewerken

 mediaspel

 mediabeschouwen


DOMEINDOEL (OF BOUWSTEEN) – WERKEN AAN :

 decor: o sfeer

               o voor en achterplan

 kader: o standpunt

               o camerabeweging

               o beeldgrootte

               o beeldcompositie

               o beeldbewerking

               o kadering

 montage: volgorde en ritme


ALGEMEEN DOEL: 

Bijvoorbeeld: bereid zijn zijn eigen werk bij te sturen


2. Een concept bepalen.

Vastlegggen van een idee.

Een concept bepaal je niet door willekeurig een onderwerp, werkvorm en domeindoel aan elkaar te koppelen. Om een activiteit te maken start je bij voorkeur bij een van de uitgangspunten. Daarna zet je de andere elementen van het concept vast. 

  Vertrekken van een onderwerp: Vb: je wil graag werken rond de maskers van Ensor (onderwerp). De werkvorm kan zijn: werken met schuimrubber en dit met krantenpapier en koudlijm verstevigen. Het domeineigen doel zou ‘kleur’ of ‘vorm’ kunnen zijn 

 Vertrekken van een werkvorm: Vb: je wil graag werken met trechters en stukken tuinslang (erdoor spreken, zingen, roepen, maar ook hanteren als luisterapparaat). Hiermee kun je volume aanbrengen – luid en stil, crescendo, diminuendo (dynamiek als domeineigen doel). Thematisch kan de les gaan over klanken uit een fabriek 

 Vertrekken van een domeindoel: Je wil graag werken aan accepteren, het positief inspelen op elkaar. Je kiest ervoor om de lln te laten improviseren (werkvorm) met kartonnen dozen vanuit het idee ‘cadeautjes geven aan elkaar’ (onderwerp). De lln doen alsof ze benieuwd zijn wat in het pakje zit. Ze spelen dat ze elkaar verrassen, bedanken.


3. Het nut van een concept.

3.1 Een lesconcept geeft richting aan je activiteit:

Doordat je vooraf duidelijk afbakent wat je met je activiteit wil bereiken - doelgericht werken. 

 3.2 Een lesconcept geeft richting aan de begeleiding 

In een activiteit kun je in theorie veel richtingen uit. Het onderwerp, de werkvorm, het domeineigen element bakent af waarover het in deze activiteit gaat. Het concept helpt je dus om de activiteit te begeleiden, om het creatief proces te coachen 

3.3Een lesconcept geeft richting aan de nabespreking (evaluatie) 

Na de activiteit kun je heel wat vragen stellen aan de lln. Hoe hebben ze het ervaren? Wat vonden ze van hun resultaat? Hoe hebben we samengewerkt? Om de bespreking richting te geven kun je opnieuw vanuit het concept vertrekken  

3.4 Een lesconcept kan zorgen voor vormen van samenhang

Telkens je lessen aan elkaar koppelt door een gemeenschappelijk element, verkrijg je samenhang. Dir kan door het kiezen voor een gemeenschappelijk thema of domeindoel of voor een gemeenschappelijke werkvorm 

 Thematische samenhang: je vertrekt vanuit een gemeenschappelijk onderwerp en vertaalt dit naar de diverse domeinen 

Samenhang in de werkvorm: een les schimmenspel kan verdeeld worden in verschillende activiteiten: een beeldactiviteit en een dramatisch stuk 

Samenhang in bouwstenen: een drama-activiteit waarin je werkt aan het bespelen van een ruimte, kun je koppelen aan het beeldend werken rond ruimtesuggestie 

3.5 Een concept kan ondersteunen bij het beschouwen 

Bij het beschouwen van een kunstwerk kan het concept erg nuttig zijn. Wat je wil beschouwen hangt ook af van de keuze die je maakt. Wil je inspiratie voor het onderwerp, wil je de werkvorm illustreren of kies je iets om het domeindoel in de kijker te plaatsen? 

Je werkt in een beeldles rond vlinders. Afbeeldingen van vlinders kunnen inspiratie geven om zelf vlinders te ontwerpen 

Werk je met de werkvorm poppenspel, dan is een beschouwing van een stukje poppenspel (de juf of meester speelt een scène) met wat uitleg zinvol 

Is de doelstelling om de structuur van een muziekstuk te bespreken, kun je luisteren naar muziek en samen op zoek gaan naar de opbouw van het stuk.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Herinneringen

Asynchrone les: opbouw van een les muzische opvoeding

Muzische grondhouding.